DIDI DE PARIS, auteur, performer, multi-media-kunstenaar

De poëzie van het « literaire enfant terrible Didi de Paris » (Dagblad De Morgen) « gaat allerminst over maneschijn en rozengeur » (Vlaamse Radio en Televisie) om uiteindelijk te « ontroeren » (Flair).

De staat van dienst van bookmaker, boekanier en tijdsmagiër Didi de Paris neerschrijven is onbegonnen werk. Opgegroeid in een taal die zich niet eens fonetisch laat neerschrijven bedient hij zich noodgedwongen van hedendaagse iconen en hiërlogliefen. Geluid en de orale traditie blijvenbelangrijke hulmiddelen bij de ontwikkeling van zijn werk. Uiteraard heeft muziek een prominente plaats ingenomen in zijn hoogstpersoonlijk alfabet. De Paris had van kindsbeen af meer kaas gegeten van The Velvet Underground dan van de vaak belegen literatuur van de Trage Landen bij de Zee. Als eenzame schrijver duikt hij op in het muzikale naslagwerk `Big in Belgium’. Deze (cyber)punker van het eerste uur debuteerde op vinyl en is niet voor één muzikaal gat te vangen : opgenomen in de eerste Duble Talk bundel, wordt hij nu eens op het podium gesignaleerd , geflankeerd door hardcore punks en is hij evenmin te beroerd op tetreden tijdens een oorverdovend gabberfeest in Zaandam. Wie zijn `Hors d’Oeuvre’ (’89) (volgens Rob van Erkelens van de Groene Amsterdammer het modernst wat hij ooit binnen het Nederlandse taalgebied gelezen heeft) er op naleest begrijpt dat De Paris al sampelde lang voor et woord nog moest worden uitgevonden. Samenwerkingen met diverse muzikale projecten gaan onverminderd door. Sommige schrijven boeken met een omgevallen boekenkast, De Paris vanuit het hart van een juke-box.

 

Didi de Paris figureert opvallend vaak in de écritures van collegae . Die eer viel hem onder meer te beurt in het werk van Kamiel Vanhole, Herman Brusselmans, Karel ten Haaf en van Charles Ducal. Zou het toeval zijn dat hij in Koen Peeters’ «Bezoek onze kelders » opduikt als Dada?-

Naast de romans Maladie d’amour en Hors d’Oeuvre, en de verhalenbundel Voyeur publiceerde hij in periodieken variërend van het legendarische avant-garde blad Force Mental tot het schandaalblad Dol. Met zijn scherpste pennetje krast hij in een breed gamma van literaire bladen van het respectabele Dietse Warande & Belfort tot in buitenbeentjes zoals MilleniuM, Fringecore de De Brakke Hond.

Als gentleman-bohémien en losbol-engagé is hij voortdurend on the road. Kwam hij gisteren nog langs in een kraakpand, dan staat hij vandaag in een kroeg en zit hij morgen in een chic restaurant. Overal en altijd trekt cultureel ambrassadeur, Didi de Paris, met zijn zorgvuldig geconstrueerde extatische rituelen –bachanalen- de lezer-toehoorder over de taalgrens.

De Paris neemt geen blad voor de mond, met zijn teksten voert hij een vrolijke buitenparlementaire oppositie tégen Europa, vóór Reclaim the Streets, tegen racisme, kernrakketten, etc. De gedichten zijn vormelijk en/of inhoudelijk schatplichtig aan rock. Het materiaal is uiterst gevarieerd, een rijk repertoire waarin misantrope fabels arm in arm gaan met vlammend sociaal engagement. Van light verse tot heavy metal scream, altijd brengt hij de goede boodschap ongezouten, in een grappige stijl, aan een sneltrein-tempo, in een markante dixie : gedichten over liefde, geboorte, dood, en vooral veel pussy-pozie.

Naar aanleiding van EURO 2000 bracht hij een dagelijkse colum op de landelijke zender Radio 1. Een neerslag hiervan is te horen op een CD met de Nederlandse band Trespassers W. In het verleden was De Paris al te horen en zien met diverse andere bands Luc van Acker, Dansgroep De Knol, Dull Schicksall, Club Moral, Geert Waegeman, Remo Perrotti, Militia, Perverted,…

Vanuit de haast organische verbondenheid met “alternatieve” muziek baart het dan ook geen verwondering dat hij een gedurende jaren meewerkt aan het tijdschrift Gonzo Circus. Tot voor kort vonden de teksten hun neerslag in de rubriek «Villa Godzilla ». Op basis van dit materiaal werd in 2001 een multi-mediaal spektakel gerealiseerd.

Sinds 2002 is de auteur, naast zijn podiumwerk, en zijn engagement in de PBU, werkzaam aan een groot proza-project. Dit zal vijf romans beslaan.

De poëticale productie van Didi de Paris is vrij aanzienlijk. Het werk is onmiskenbaar schatplichtig aan rock. Met zijn gedichten over liefde, dood, geboorte en heilig vuur voert De Paris een vrolijke buitenparlementaire oppositie.Van light verse tot heavy metal scream, altijd brengt hij de boodschap ongezouten, in een grappige stijl, met een markante dixie . Deze gentleman-bohémien en losbol-engagé is haast voortdurend on the road : Melkweg (Amsterdam), Beursschouwburg (Brussel), Paradiso (Amsterdam), Theater Teater (Mechelen), Effenaar(Eindhoven), Paleis van Schone Kunsten (Brussel), Stadsschouwburg (Leuven), Winterschrift (Groningen), Wintertuin (Nijmegen), Dichters aan huis (Den Haag), Het Groot Beschrijf (Brussel) , Den Haag Taalt , De Nachten (Antwerpen), Crossing Border… In 1981 stond hij als jonge punkdichter op de eerste Nacht van de Poëzie in Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht. In 2000 trad hij als enige Vlaming aan op Poetry International.