Sébastien Morlighem, tekenaar, schilder te Parijs

vrolijkdood-2.jpg

 

Eind jaren ’80 kreeg ik nog al eens verzoeken om met Trespassers W een bijdrage te leveren aan een verzamel-cassette of –LP. Wanneer het verzoek serieus leek (je ontwikkelt voelstekels om dat aan te voelen!) honoreerden we het. Een bijzondere uitdaging vormden de thema-projecten, zoals die over bomen, Icarus of Samantha Fox.

Op een goede dag kwam er weer zo’n briefje. Of we mee wilden doen aan een thema-cassette over Satie. Dat onderwerp sprak ons aan. We attaqueerden de enige tekst die Satie ooit geschreven heeft (Trois Poèmes d’Amour) en koppelden die aan een compositie van Robert Fripp (Indiscipline). De cassette is nooit uitgekomen, maar die teleurstelling werd ruimschoots vergoed door de correspondentie met de kunstenaar (want dat bleek hij te zijn) die het project had opgezet: Sébastien Morlighem. Hij stuurde mij brieven met gedachtenkronkels en al even wispelturige pen- en potloodtekeningen.

Ik had al gauw in de gaten dat zijn kunst grote overeenkomsten vertoonde met de mijne. De grilligheid, de kinderlijkheid, het oog voor het detail, de samenhang van de beelden, de antropomorfisering van dieren, gebouwen en straten, de vrolijke morbiditeit, de dans, het ritme, het zingen, de geluidloze schreeuw.

Sébastien stelde mij voor de hoes voor onze volgende LP (Roots and Locations, 1990) te ontwerpen. Het werd een klaphoes in kleur, een kraan met waterstraal en daaronder een mannetje met een hoedje, het beeld op voor en achterkant negentig graden gekeerd, zodat het water naar beneden stroomt wanneer je de plaat bij de opening van de voorzijde vasthoudt en vervolgens de hoes naar beneden laat klappen. Bij de plaat maakte hij ook een tekstboek met zwart-wit-tekeningen die de beslotenheid van de locatie, die op de plaat bezongen wordt, nog angstwekkender maakte dan sommige van de liedjes al deden.

Ons volgend gezamenlijk project was de cassette Who’s afraid of red, yellow and blue, Odes and Parodes by Trespassers W (1993). Sébastien maakte het hoesje en een kleine poster: een figuurtje in een vrijwel lege ruimte, voorovergebogen als de man in Leopold’s gedicht ‘Om mijn oud woonhuis peppels staan’, een prachtig gedicht dat Robert en ik in Leuven ten gehore zullen brengen.

Tien jaar later ontstond ons gemeenschappelijk magnum opus: de verhalenbundel Noirette met geschilderde kleurenplaten van Sébastien. Ik wil daar niet te veel over zeggen. Kijk zelf maar naar de drie illustraties die horen bij de twee verhalen die Robert en ik in Leuven zullen voordragen. Dood temidden van de Vrolijks tijdens een grimmig verjaarspartijtje (Vrolijk en Dood), de dansende Scheveningse vrouwen uit Van 12 tot Noen en de Scheveningseweg waar de twee vrouwen dansen.

schevvrouwen-2.jpg

Inmiddels heeft Sébastien twee keer bij mij in Den Haag gelogeerd. Als hij stil is, en hij kan lang stil zijn, lijkt hij op zijn lege tekeningen, als hij druk is en veel babbelt, en hij kan, zo nu en dan, heel druk zijn en aan één stuk door babbelen, lijkt hij op zijn kronkelmannetjes. Of kronkelbeestjes.

 

 

 schevweg-3.jpg

En altijd heeft hij een A-5-dummyboekje bij zich, waarin hij voortdurend krabbelt en schetst. In een Scheveningse touristenwinkel kocht hij een Scheveningse visserspet. Hij kwam er mee aan toen ik thuis op hem wachtte om hem naar het station te brengen. Hij keek verlegen. Ik zei: “Hij staat je goed.” Toen liet hij mij zijn tekenboek zien. Daarin een zelfportret met Scheveningse visserspet. Op die tekening keek hij trots.