SCHILDEREN ONDER INVLOED
De Metamorfosen van Abou Simbel tot The Days of Glory
Strange fascination, fascinating me
Changes are taking the pace I’m going through
- David Bowie
Beeld: Sad Pray (for Enola Gay)
William S. Burroughs raadde schrijvers in spe aan gedurende tien minuten een wandelingetje te maken en dan te proberen exact weer te geven wat ze in die tijdsspanne hadden meegemaakt, gedacht en gevoeld. Deze oefening zou hen confronteren met de onmogelijkheid de realiteit weer te geven.
Het vergde Robert Musil twintig jaar om in zijn roman “Der Mann ohne Eigenschaften” één jaar in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie weer te geven. In al zijn grandeur bleef het boek vooralsnog onvoltooid. Het kostte James Joyce acht jaar om met zijn “Ulysses” te reconstrueren wat er in Dublin gebeurd was op 16 juni 1904.
Onder de Zuid-Franse zon schilderde het joodse meisje Charlotte Salomon, op de vlucht voor de nazi-gruwel, in meer dan duizend gouaches haar eigen geschiedenis tot een beeldverhaal. Kort voor haar deportatie naar Auschwitz gaf ze de schilderijen aan een vriend met de woorden: “Bewaar het goed, het is mijn leven”. Van een heel andere orde is de 8 uur lange registratie die Andy Warhol in 1964 presenteerde van de Empire State Building. Ingekorte versies werden nooit toegestaan omdat de ontoegankelijkheid van de film één van de hoofdredenen voor de creatie ervan was.
Fotografie zou de schilderkunst vervangen. De realiteit laat zich niet beschrijven, evenmin kan men de tijd vatten in een beweging, een beeld, een lijn, een punt. Zelfs in de Eeuw van de Bewakingscamera blijkt het een illusie te denken dat de camera, zoals bij Warhol, de realiteit op schaal 1:1 kan weergeven. Nauwelijks drie jaar na “Empire” zou de paus van de Pop-Art “zijn” “prestatie” “verbeteren”. Met “*** ” (FOUR STARS – een verwijzing naar de vier sterren die filmcritici hoogst uitzonderlijk geven). De film, niets anders dan een samenraapsel van footage van de Warhol-entourage, duurde vijfentwintig uur, en dus langer dan een Grieks drama. Hij werd slechts één keer vertoond. Ondanks de vele flamboyante vogels die de revue passeerden is de film niet te bekijken…
Tussen de extreme registratie van Warhol en de frenetieke strip van Salomon laveert het oeuvre van de Belgische kunstenaar Juan Maria Bollé. Een lange stroom beelden kabbelt voorbij. Op korte termijn lijken de veranderingen en verschuivingen minimaal, op de langere termijn zijn de verschillen enorm. Het kan dan ook geen toeval zijn dat Bollé voorjaar 2007 in Galerie Art Depot in Bonheiden/Rijmenam uitpakt met de expositie ‘Metamorfosen’.
Wie denkt dat onze veranderende wereld uniek is, heeft het bij het verkeerde eind. Anders had de klassieke auteur Ovidius ons bij de aanvang van onze tijdrekening niet verrast met zijn “Metamorphoses” (Gedaanteverwisselingen). Vandaag kan elk geluid, elk beeld haast onaantoonbaar gemanipuleerd, vervalst worden. Vragen over waarheid en autenticiteit dringen zich op. Nieuws wordt gemanipuleerd, ook historische feiten. Als provocatief intellectueel spel hebben filosofen historische mijlpalen zoals de landing op de maan in twijfel getrokken. Voor een denker als Baudrillar is de realiteit zoals die verschijnt in de media belangrijker dan de feiten. Vandaag is uiterlijk vertoon belangrijker dan inhoud, de vorm primeert. Een koekjesdoos, een hybride fiets of het aangezicht van de premier, alles moet gepresenteerd kunnen worden als een aantrekkelijk product. Vandaag is het belangrijker hoe politici eruit zien, en hoe ze in de media overkomen dan wat hun politieke boodschap is. Het mag dan ook niet verwonderen dat we in deze tentoonstelling twee werken aantreffen met de titel «Days of Glory». De maanlanding, de terugkeer van een ruimtecapsule naar de Aarde. Evenmin toevallig treffen we twee werken aan die terug gaan naar het begin van de menselijke beschaving : twee werken geïnspireerd door de tempel van Abou Simbel : «Talking With Our Ancestors».
Opinies veranderen. Zoals om de zoveel duizend jaar Noord- en Zuidpool van plaats wisselen. Alles verandert met de tijd. Zelfs de waardering voor een auteur. In de loop der eeuwen was de appreciatie van de scribent zeer verschillend. Verketterd in de eerste eeuwen, een ware hausse tijdens de Renaissance. Wellicht is in het gedigitaliseerde tijdperk de tijd rijp voor een nieuwe bewieroking. Juan Maria Bollé is een kunstenaar die zich graag bedient van grote gebaren en symbolen, zoals overduidelijk aan bod kwam in Rituals, maar daar staat tegenover dat hij zich hoedt voor boude politiek beladen uitspraken. Opvallend is het aangeven van de historiciteit van deze tentoonstelling. Die blijkt uit «Sad Pray (for Enola Gay)», en vooral uit het monumentale «Who Took Those Boys’ Toys? »: twaalf vierkanten, netjes per drie op elkaar gestapeld, vier rijen. De zes vlakken links beginnen bovenaan in de hoek met een eendje, dan, op de tweede lijn verspringend naar het midden, een beertje en in de linkerhoek onderaan een nijntje. De ruimte tussen het speelgoed, opgevuld met primaire kleurenvlakken, is een vette knipoog naar Barnett Newmans “Who’s afraid of red yellow & blue“. De zes rechterblokken beginnen in de hoek onderaan met een gitzwart blok, binnenkant rechts wordt dat dan wit, en bovenaan rechts eindigt men met wat men verkrijgt als men de non-kleuren mengt: grijs. De resterende vlakken zijn voorbehouden voor Mao, Stalin en Hitler.
Zeker het geval Hitler kan interessant zijn. Eerst circuleerden er zwart-wit filmpjes, zonder geluid. Later in kleur. Recentelijk ontwikkelde in Duitsland een specialist liplezen ALR (Automatic Lip reading)-software om alles wat er gezegd werd op de stille beelden om te zetten in klank. Men haalde er een specialist dubbing bij om alles in te spreken. Je gelooft je oren niet. Click “video.google.com.”en tik in “Hitler speaks”…
Dit brengt ons bij de grote vragen van het multimediale post-industriële tijdperk: wat is echt? Wat is waar? Dat er een tentoonstelling opgebouwd werd rond die Metamorfosen is bijna de logica zelve. Ovidius puurde uit de mythologie. Hetzelfde doet Bollé met de schilderkunst, rock’n’roll en tal van andere iconen van zijn tijd. Voor de “Metamorfoses” –expositie is er de rechtstreekse link met Ovidius in het doek “Leda“.
Beeld: Nymphea.
Nog belangrijker in het werk van Bollé is de permanente aanwezigheid van de kunstgeschiedenis. Om sprongen voorwaarts te zetten moet de kunstenaar eerst stappen terug zetten, een aanloop nemen. Het schilderen van Juan Maria Bollé is verankerd in de traditie. Niet alleen wordt er erg zorgvuldig geschilderd, in zijn werken primeert de compositie. Hij besteedt veel tijd aan het maken van schetsen en voorstudies. Een eerste hoogtepunt werd bereikt met de “Rituals” tentoonstelling in Galerij Hinnekens in 2000 in Kortrijk. Toen bleek dat Bollé voor het bereiken van een harmonische en evenwichtige ordening er zelfs niet voor terug deinsde om zijn compositieschema te ontwikkelen op basis van de gulden snee. Een procédé uit de Renaissance, en waarmee men door het hanteren van welbepaalde wiskundige verhoudingen zocht naar de ideale proporties. De klassieke schilderkunst koppelt Juan Maria Bollé aan het werken met vluchtige materialen. Zoals wolken en water. Boeddhisten zien het leven als de oversteek van een rivier. Geen moment is het water, of de weerkaatsing van zon- of maanlicht hetzelfde.
Bollé manifesteert een uitermate gesoigneerd métier. Hij hecht veel belang aan compositie. Niet alles wat hij doet, is in functie van de inhoud. Soms zijn de vlakken sfeervol, organisch en doorleefd. Andere vlakken zijn monochroon, glad en hard. De contrasten van het claire-obscure verharden de tegenstellingen, alleen het essentiële wordt opgelicht.
Op zijn tentoonstelling “La Belle et la Bête” (najaar 2005) in Rotterdam exposeerde Bollé “La Sirène et la Perruche“. Een gedetourneerde hommage aan “La perruche et la sirène“, de monumentale knipselgouache van Matisse. De compositie van 3m65 bij 7m60 kwam tot stand in de periode 1952/1953. In deze laatste periode was Matisse niet meer in staat tot schilderen. Van op zijn ziekbed gaf hij instructies om bepaalde kleuren papier uit te scheuren, hierin zette de grootmeester dan kunstzinnig de schaar. Bollé herleidt het origineel tot zijn essentie: het spel van de verleiding, aantrekken en afstoten. Dit gebeurt vooral door de abstracte kleurenvlakken die vogel en vrouw van elkaar gescheiden houden, zoals licht en duister.
Nog beter wordt de aanwezigheid van de kunstgeschiedenis geïllustreerd door “Nymphea“. Het werk verwijst naar de eindnegentiende-eeuwse onschuldige waterlelies van de impressionist Monet. Bollé ironiseert haar honderd jaar later tot een onverbloemde twintigste-eeuwse nymfomane dominatrix. De malicieuze dame cruelle, ontsnapt uit The Factory van Andy Warhol, komt als de trashy version van Alice in Wonderland, een al dan niet kwaadaardige sprookjesfiguur, vallen uit “Venus in Furse” van The Velvet Underground, de excentrieke popgroep, door Warhol gelanceerd, op een moment dat hij meende de schilderkunst weer tot leven te moeten brengen door haar te injecteren met rock´n´roll. In hetzelfde kader past “The Lake of Tears (Alice)“.
Pop is constant aanwezig. Inmiddels is het predikaat “pop” verworden tot een tot de draad versleten term. Na een halve eeuw “Rock ’n ‘Roll” laat het fenomeen zich niet langer vatten in één woord. Evenmin kan men in de uiterst gefragmenteerde samenleving nog gewagen van mainstream. De versplintering –markant voor onze hele samenleving – wordt nog best weergegeven door een uitspraak van een plantenverkoper: “Vroeger verkocht ik van tien artiesten telkens zo’n duizend platen; vandaag van duizend artiesten een tiental.” Vinyl poetste de plaat voor CD’s. Die op hun beurt vervangen worden door abstracte entiteiten van al dan niet legaal gedownloade data. Het lijkt erop dat de oude Ovidius nog dag aan dag hoofdstukken aan zijn “Metamorfosen” bij schrijft.
Beeld: Face tot Face
Het werk van Bollé is voor geen gat te vangen. Als een kameleon laat de kunstenaar zich beïnvloeden door de diverse stromingen. Nu eens laat hij zich inspireren door Ferdinand Knopff, dan weer door Félicien Rops. Wellustig laaft de kunstenaar zich aan vele bronnen. Drie van de tentoongestelde werken, ‘Stories of a concubine‘, ‘Poem for Hokusai‘ en ‘Face tot Face’, zijn geïnspireerd door de Japanse cultuur. Bollé, graficus van opleiding, is gefascineerd door de erotische houtgravures uit de Shunga-traditie. De meesterwerken van Utamaro, Hokusai en Hiroshige worden gekenmerkt door klare lijn, heldere vlakken en strakke compositie. Wellicht staan deze verre voorlopers van de manga model voor Bollé omwille van hun sterk gevoel voor stilering, vereenvoudiging, uitpuren,…..Eigen aan Japanse kunst. Ook heeft Bollé al zijn hele leven een adoratie voor auteurs en films uit het land van de rijzende zon.
Bij Juan Maria Bollé is de kunstgeschiedenis voortdurend aanwezig. Binnen eenzelfde compositie worden abstracte en figuratieve elementen tegenover elkaar geplaatst. Hier vertellen de kleuren het verhaal. De steeds weerkerende kleurenvlakken hebben hun betekenis. Zorgvuldig voorbereide compositie, met felle tegengestelde beelden, en geschilderde en picturale elementen die elkander afwisselen, meestal wordt hun abstracte karakter geplaatst tegenover de figuratieve beeldfragmenten. Deze doeken tonen veel. De aandachtige toeschouwer beseft dat men slechts het topje van de ijsberg te zien krijgt.
Niets is wat het bij de eerste oogopslag bleek te zijn. De kunstenaar is hier – in de voetsporen van Ovidius? Of van de “Mannen op de maan”? – een meester magiër illusionist. Compositorisch speelt Bollé een complex spel met de vlakken, maar de hoofdrol is weggelegd voor de klare lijn die als een constante door het werk loopt. In het flamboyante kleurenpalet is de hoofdrol weggelegd voor de niet kleuren. De zwart-wit vlakken doen denken aan strips. Een appel kan men tekenen door enkel weer te geven wat er buiten de appel valt. Men spreekt dan van de negatieve vorm, de restruimte. Als we op de doeken van Bollé menen wit te zien, staat er niets, het betreft uitgespaarde vlakken in de composities. Hier is het naakte, onbeschilderde boek aan het woord. Deze werkwijze is vergelijkbaar met filmen in zwart-wit: de cineast maakt keuzes om details weg te laten of te accentueren. Dit wit is de stilte in de muzikale compositie, de witregel in het gedicht, de stilte die boekdelen spreekt in menselijke communicatie. Het niets als scheppend principe?
Als men Schopenhauer mag geloven, dan moet men als men de keuze heeft tussen een wetenschappelijke en een artistieke bron, niet aarzelen te kiezen voor de kunstzinnige. De bron is betrouwbaarder en geloofwaardiger omdat de kunstenaar, in tegenstelling tot de wetenschapper, nooit beweerd heeft objectief te zullen zijn. Zoals in een roman vaak topics uit de wereldgeschiedenis sporadisch op de achtergrond opduiken. Echte kunst weerspiegelt de maatschappij door de “gebroken spiegel” van de artistieke subjectiviteit.
Consequent hanteert Bollé dezelfde basisprincipes. Hij kiest voor toegankelijk werk en verwerpt hermetische kunst. Inhoudelijk leest het als een trein. Het heeft de continuïteit van een stripverhaal. De schilderijen zijn glashelder, nooit wordt de blik vastgehouden. Geen enkel werk heeft een centrale focus. Er zit geen lineariteit in het narratief. De toeschouwer, de bezoeker, reconstrueert dus zijn/haar werkelijkheid. Evenmin zijn de verhalen eensluidend interpreteerbaar.
In zijn werken is er constant de spanning en het contrast tussen abstracte en figuratieve elementen. Figuratie en abstractie ondersteunen elkaar voortdurend. Belangrijk is dat het abstracte hier de rol toebedeeld krijgt van rustpunt, een uitnodiging tot reflectie. Bij de figuratieve beeldelementen worden soms kleurenfoto’s ingescand, omgezet in zwart-wit, slechts vier waarden bleven behouden : zwart, wit en twee verschillende grijswaarden. (Elke kleur heeft een grijswaarde.) De zaken worden veel essentiëler. Rudimentairder. Deze outprints zijn dan de basis waarop het olieschilderij tot stand komt. De kunstenaar plaatst het gedigitaliseerde tegenover het artisanale. De technologisch gereproduceerde kunst – ready-mades? – wordt geplaatst tegenover het eeuwenoud métier. Spanningsvelden die dit oeuvre alleen maar interessanter maken.
De werkwijze van Juan Maria Bollé zet alles op losse schroeven. Wie is de schone? Wie het Beest? In de wereld van Bollé is het best mogelijk dat er meer dreiging en gevaar uitgaat van het gitzwarte water waarop de wonderschone waterlelies drijven dan van de dominatrix. Trouwens, wanneer we nóg wat beter kijken, zien we dat er om haar mond een glimlach speelt. In een maatschappij die voortdurend complexer wordt, lijkt de kunstenaar terug te grijpen naar het archetypische van sprookjes. Juan Maria Bollé eigent zich het recht toe een spel te spelen met die sprookjes. De donkere zijde vertelt een positief verhaal. Schilderen vanuit het duister naar het licht: de toeschouwer meent wit te zien. Maar het is het naakte doek.
In 1912 verontrustte Franz Kafka de wereld met een portret van een man die zich op een ochtend veranderd wist in een kever. Met camera’s en betaalkaarten zet de mens zich vandaag onder permanente elektronische bewaking. Al onze stappen in de virtuele ruimte zijn minutieus traceerbaar. Een mensenleven is te reconstrueren aan de hand van enkele data. Horen we terloops een naam vallen dan “googlenen” we in geen tijd de persoon te voorschijn. De kunstenaar weet zich geplaatst in een wereld die lijkt uit elkaar te vallen. Als kwikzilver. Zoals het kindje dat op het strand probeert de zee leeg te scheppen met een schelp, probeert de kunstenaar de wereld aan elkaar te lijmen. In zijn schamele vermetelheid kan de kunstenaar slechts proberen de brokstukken te lijmen. Het oeuvre van Juan Maria Bollé ontstaat uit liefde: voor de schilderkunst en voor de mens. Zoals Philemon en Baukis in de prachtige “Methamorfosen“, tweeduizend jaar geleden geschreven, weten de oude geliefden zich met takken en wortels in elkaar verstrengeld.
Beeld: Who Took Those Boys’Toys?“




maart 29, 2007 at 8:11 pm
Interessant! Heel interessant!
‘t Zou wel tof zijn al er ook ‘directe linken’ naar de ‘werken’ zouden zijn.
maart 29, 2007 at 9:02 pm
De link naar de site is http://www.juanmariabolle.be
Ik heb er een aantal van de werken zo goed en zo kwaad mogelijk bijgezet.
maart 29, 2007 at 10:25 pm
Ja die link naar de site wist ik al wel.
Maar ‘t is wel handig als het hier ter plekke en per werk waarover het gaat bijstaat,hé.
‘k Hou van mijn gemak, ziet ge.
maart 29, 2007 at 10:28 pm
Knap werk!
maart 31, 2007 at 12:34 pm
Wauw!
‘k Ben echt wel onder invloed!
(van de mooie beelden,hé)
april 2, 2007 at 12:27 pm
Een recencie met veel passie op een weblog zetten, heeft alleen zin als je een talentvolle schrijver bent met een hart voor kwaliteit. Anderen (waaronder Nena) zullen het vooral van hun beperkingen moeten hebben. Bollé verdient de -blijvende- aandacht dubbel en dwars. Erg goed (geschreven) Didi!!!
april 2, 2007 at 12:36 pm
Je doet mij blozen, Stella.
april 5, 2007 at 6:12 pm
Door een samenloop van bepaalde omstandigheden kon ik niet op de opening aanwezig zijn maar het lezen van deze uiteenzetting maakt wel wat goed voor mij.
Zal nog wel wat kunnen inhalen en hopelijk kan je deze weblog verder blijven ondersteunen het is een aangename kennismaking met wat extra voor mij.
Hopelijk tot één dezer, groeten,
Dirk