Pleidooi voor –alweer- een slecht boek
“Politiek steunt steeds meer op personencultus, mediatisering en commercialisering, ze richt zich tot een anonieme ‘publieke opinie’, met de reclametechnieken van emotie en verleiding en minder gericht op de verstandelijke instemming dan op een emotionele steun.” Informatie is koopwaar geworden. Achtergronden en analyse moeten steeds meer wijken voor docusoaps, emotelevisie en infotainment. De auteurs zien een eenheidsdenken ontstaan dat wordt opgedist door het Politiek-Mediatiek-Commercieel Complex. Tegenover de hegemonie van het consumentenkapitalisme plaatsen zij consuminderen, de wederinvoering van een beroepsethiek voor journalisten en de keuze voor kwaliteitsvraagstukken. Tegelijk worden de heersende formats ter discussie gesteld. Welk diepgang mag worden verwacht van politici die zich alleen nog mogen uitdrukken in statements van twaalf seconden?
Door Didi de Paris
Eric Corijn schetst hoe geleidelijk werd afgestapt van het naoorlogse keynesiaans consensusmodel. In plaats daarvan kwam een kruisbestuiving tussen de sociaal-democratie en het liberalisme, met een steeds autoritairder discours. Jan Blommaert schildert populisme als een taalregime waarin de communicatie die gebeurt namens het volk niet teveel moeilijke woorden mag bevatten. Markant is dat de sociale wetenschappen makkelijk moeilijk taalgebruik wordt verweten; harde wetenschappers daarentegen mogen zich naar hartelust bedienen van hun jargon.
Domheid als strategie
Twee opvallende voorbeelden illustreren dat het nieuwe anti-intellectualisme behoorlijk wordt gemanipuleerd. De Morgen roept graag op om zich om de gewone man te bekommeren; deze krant is inderdaad, via stukken zoals die van Yves Desmet en Filip Rogiers, de krant over de gewone man geworden, maar dan wel voor de hoogopgeleide, intellectuele en hoge-cultuur-consumerende professionals. Ook het portret van de socialist Steve Stevaert is ontluisterend. Zijn kabinetsmedewerekers zijn stuk voor stuk high-brow. De auteur geeft een voorbeeld waar de politicus in één citaat verwijst naar én schrijver Mario Vargas Llosa én filosoof Plato. Voor iemand die zich profileert als anti-intellectueel, komt dat wel erg ongeloofwaardig over.
Marc Holthof stelt dat anti-intellectualisme vandaag een deugd is. Domheid is een uitgekiende intellectuele constructie. Alom krijgt men te maken met zorgvuldig geconstrueerde clowns zoals Berlusconi, Blair en de olie-domme Bush. Een internationaal voorloper in de internationale der dommeriken was ongetwijfeld Ronald Reagan. Natuurlijk weegt de ene oplichter meer door dan de ander. Doorgaans is de politieke poppenkast een stuk onschuldiger dan het grootschalige bedrog om een oorlog tegen Irak te starten.
Dieter Lesage schetst de globale context waarin het populisme als spreekregime moet worden geplaatst. Het volstaat niet globaal te denken, politici moeten ook durven gobaal te handelen. Daartoe zijn populisten allerminst geneigd. Als leidraad voor zijn betoog gebruikt Lesage ‘Empire’ van Michael Hardt en Antonio Negri. Dit wordt internationaal gezien als een van de belangrijkste ideologisch boeken van de laatste decennia. Het is een eerste analyse van het huidige mondiale kapitalisme, en een zoektocht naar een progressieve identiteit na de Val van de Muur. Vanwege de hoge moeilijkheidsgraad heb ik mij nog niet gewaagd aan de lectuur van dit boek. Voor degelijke vorming kan de leek immers nergens meer aankloppen. Niet alleen in het onderwijs slaan de vermarkting en oppervlakkigheid toe, ook in de volwasseneneducatie en in het sociaal-cultureelvormingswerk. Een overheidsproject voor leesbevordering kreeg zelfs de naam ‘Fahrenheit 451’.…
Poor, stupid & ugly
Zelden kreeg een boek zoveel kritiek als ‘Populisme’. Liefst zag men de papieren tijgers verdwijnen in de prullenmand. De Standaard der Letteren bestempelde de auteurs als ‘Spookrijders op een autoloze zondag’. DM Boeken had het over ‘het rechts-elitaire discours van vier linkse intellectuelen’. De critici zagen het boek als een aanval op Steve Stevaert. Of was het omdat de ooit socialistische krant zich gemuilkorfd weet sinds ze werd opgeslokt door De Persgroep van de liberaal en mediamagnaat Christian Van Thillo? Of omdat de krant verworden is tot dé ideologische broedplaats voor het eerder geschetste autoritair discours? Krijgen andersglobalisten daarom eerder vrije tribunes in De Standaard dan in De Morgen?
Wellicht gaat het om processen die al langer plaatsvinden. Pogingen om het individu te doen opgaan in de massa zijn van oudsher inherent aan dictaturen. In 1933 publiceerde Wilhelm Reich ‘Massenpsychologie des Faschismus’. Walter Benjamin schetste hoe in het Seconde Empire de verspreiding van massamedia gepaard ging met toenemende censuur. Gelijkaardige pogingen worden vandaag ondernomen om het net onder controle te krijgen. Het aantal publicaties over cultuur, media en politiek neemt gestaag toe. Frans Aerts publiceerde in 1992 ‘Lof der banaliteit’ en in 1993 ‘De dictatuur van het simplisme. Over cultuur in de tijd van de media.’ Marc Reynebeau publiceerde in 1988 ‘Apollo’s klacht. Over cultuur in Vlaanderen en elders’. Daarnaast is er nog de quasi permanente productie van academici zoals Rudi Laermans en Gust de Meyer. Niemand verwoordde het totnogtoe beter dan Leo de Haes met zijn boek uit 1995 ‘Cultuur is oorlog’.
De oplettende burger wordt geconfronteerd met een kluwen van processen die zich geleidelijk voltrekken. Het resultaat is een nachtmerrie die elke science-fiction overtreft. Vandaag gebeurt uitsluiting op basis van rijkdom, leeftijd, schoonheid en intelligentie. In de kennismaatschappij controleert een elite de kennis. Onderwijs wordt georganiseerd volgens hun inzichten. Mogelijk is het spreekregime niets anders dan een verfijnde manier om brede bevolkingslagen dom te houden.
Hyper-populisme
De discussie rond dit boek heeft dieperliggende oorzaken. In de eerste plaats is dit een partijtje paniekvoetbal onder intellectuelen, journalisten en politici. Een uit de hand gelopen debat waarbij de boodschapper worden afgeschoten. Tegen een achtergrond van mega-fusies en toenemende machtsconcentraties in de media, wordt de pers als democratische vierde macht ernstig bedreigd.
De auteurs van «Populisme» hebben overschot van gelijk als zij stellen dat de media geperverteerd worden door de commercie, maar er wordt in dit boek misschien iets vaker op de man dan op de bal gespeeld . Ook iemand als Filip Rogiers heeft zijn verdiensten. Recent schetste die een beklijvend beeld van hoe het Vlaams Blok te werk gaat. Permanent speuren ze naar het ongenoegen bij «de mensen». Dit exploiteren ze dan met als enig doel er tactisch voordeel uit te halen. Rogiers gaf hiervan enkele opvallende voorbeelden. In het Antwerpse Doel strijdt de extreem-rechtse partij mee voor het behoud van het polderdorp, terwijl ze op een steenworp daar vandaan in een groep zitten voor de uitbreiding van de haven. Ook in het dossier van de nachtvluchten in de rand rond Brussel tonen ze hun Januskop. Terwijl ze elders het voortouw nemen om de belangen van de omwonenden te behartigen, steunen ze even fervent de vraag van koerierbedrijf DHL om het aantal nachtvluchten op te drijven.
Daarnaast waart doorheen het populisme-debat ook het besef dat de democratie tout-court meer en meer in het gedrang komt. Een politiek worst-case-scenario hangt ons boven het hoofd. Niet alleen neemt de verrechtsing toe, ook wint het Vlaams Blok aan macht en invloed. Met deze partij bevinden we ons op het terrein van het hyper-populisme. Nu reeds zetelen manadarissen in een nauwelijks te overzien aantal parlementaire, culturele en bestuurlijke commissies. Hierbij valt op dat het Vlaams Blok ontzettend geduldig tewerk gaat. De ervaring van extreem-rechts in de Zuidfranse steden leerde dat ze hun machtspositie slechts konden consolideren daar waar ze uitermate geleidelijkaan hun maatregelen door voerden. Op plaatsen waar men er meteen met de grove borstel doorging, werden ze electoraal afgestraft. De burgemeestersjerps behielden ze waar ze een beleid voerden dat aanvankelijk weinig verschillend was van het normale. Slechts druppelsgewijs sijpelden hun kleine maatregelen door. Nauwelijks had iemand het in de gaten toen Le Monde en Liberation uit de bibliotheken verdwenen. Ook extreem-rechts beroept zich op Gramsci. «De hoofden van de mensen bezitten» vinden zij belangrijker dan parlementszetels binnenrijven. Hier zijn ervaren politici en supreme strategen aan het werk. Ze worden al slapend rijk. Zij hoeven slechts te wachten tot de macht hen als een rijpe vrucht in de schoot valt.
In «Populisme» wordt niet het proces van één politicus gemaakt. Het is het hele deficit dat aan de kaak wordt gesteld. Hoe democratisch worden kieslijsten samengesteld? Hoe democratisch zijn de vakbonden? Hoe niet-gouvernementeel zijn ngo’s als die weliswaar behoorlijk worden gesubsidieerd, maar onder de voorwaarden die de overheid opgelegt? Alle partijen, alle vakbonden, het hele middenveld is in hetzelfde bedje ziek. De ironie ligt erin dat om een boek over populisme te recenseren, er moet worden gesimplificeerd. Uitgerekend de felle reacties die de vier auteurs te beurt vielen, illustreren hun gelijk. Zelden heb ik mij minder beklaagd dat ik mij liet inspireren door slechte boeken.
Jan Blommaert, Eric Corijn, Marc Holthof en Dieter Lesage. Populisme. Berchem: Uitgeverij EPO, 2004.